Handleiding Morele Waarden

5. Validiteit Morele Waarden

De validiteit van een test geeft een indicatie van de mate waarin het instrument daadwerkelijk het construct meet dat de test pretendeert te meten. Oftewel: meet een persoonlijkheidstest ook daadwerkelijk persoonlijkheid. In het geval van de Morele Waardenvragenlijst geldt: meet de vragenlijst daadwerkelijk de morele waarden van een persoon. Meer specifiek dient de validiteit aan te geven of iedere factor en iedere schaal meet wat het pretendeert te meten.
Om de validiteit van de Morele Waardenvragenlijst vast te kunnen stellen wordt in de eerste plaats naar de test zelf gekeken, de interne validiteit. Een andere manier om de validiteit van een test te bepalen is door de test te vergelijken met andere tests, die het criterium vormen. Hiervoor heeft een onderzoek plaatsgevonden waarmee de externe validiteit van de Morele Waardenvragenlijst onderzocht is.

5.1 Interne validiteit

5.1.1 Factor, schaal en structuur

Om de schaalstructuur van de Morele Waardenvragenlijst te onderzoeken is een PCA uitgevoerd. Er is gekozen voor een OBLIMIN-rotatie omdat deze er vanuit gaat dat de schalen onderling gecorreleerd zijn, een aanname die in de sociale wetenschap vrijwel altijd van toepassing is.
Er is gebruik gemaakt van de screeplot, een parallel-analyse en schaalinterpretatie om te bepalen uit hoeveel schalen de vragenlijst bestaat.
Uit de analyse bleek dat er inderdaad vier schalen te onderscheiden zijn, en dat deze 35.3% van de variantie in data verklaren. Bin elke schaal is naar de drie hoogst ladende items gekeken om vast te stellen wat de theoretische betekenis van de schaal is. De schalen Normbesef, Bescheidenheid, Oprechtheid en Vermijden van Materialisme kwamen hier duidelijk in naar voren.
Vier items die eerder tot Oprechtheid behoorden, bleken hoger te laden op Normbesef, evenals één Bescheidenheid-item en één Vermijden van Materialisme-item. Vier Normbesef-items kwamen niet in de PCA-oplossing voor, en worden vanaf nu aangeduid als onderzoeksitems. Dit resulteert in vier theoretisch verklaarbare, solide schalen.

5.2 Externe validiteit: Relevante onderzoeken

Om een uitspraak te kunnen doen over de externe validiteit is een onderzoek uitgevoerd met de Werkgerelateerde Persoonlijkheidsvragenlijst (WPV) en de Carrierewaarden vragenlijst (CW). Uit een eerder onderzoek bij een groot ICT bedrijf is gebleken dat er een goede onderbouwing gevonden kan worden voor de constructvaliditeit van de WPV en de CW. Naast de Morele Waardenvragenlijst zijn tijdens dit onderzoek de gehele WPV en de schaal Financiële Beloning afgenomen.

5.2.1 Onderzoek met de WPV en CW

Verwachtingen
De verwachting is dat er een negatieve correlatie gevonden zal worden tussen de schaal Bescheidenheid en de factor Invloed van de WPV. De factor Invloed van de WPV bestaat uit schalen als Status, Dominantie, Competitie en Zelfvertoon. De verwachting is dat een bescheiden persoon minder statusgevoelig en dominant is en tevens minder competitief is en zichzelf minder op de voorgrond zet dan mensen die een lagere score hebben op de schaal Bescheidenheid.

Tevens is de verwachting dat de schaal Normbesef positief zal correleren met de factor Structuur, en dan met name met de schaal Conformisme, en de schaal Volharding van de WPV. Daarnaast verwachten we de schaal negatief zal correleren met de schaal Onafhankelijkheid van de WPV.

Bij de schaal Vermijden van Materialisme is de verwachting dat deze negatief correleert met Competitie en Status van de WPV en met de schaal Financiële beloning van de CW.

Als laatste verwachten we een positieve correlatie tussen de schaal Oprechtheid en de factor Sociabiliteit en de schaal Positivisme van de WPV.

Omschrijving van psychometrische kwaliteiten en de resultaten
Het onderzoek is gedaan onder 73 personen waarvan 51 mannen (70,8%) en 21 vrouwen (29,8%). De gemiddelde leeftijd binnen deze groep is 19,6 jaar met een minimum van 16 jaar en een maximum van 50 jaar (van 1 persoon is de leeftijd onbekend). Van de respondenten waren 49 personen (67,1%) leerling binnen het middelbaar beroepsonderwijs. 42 Personen (57,5%) daarvan doen de opleiding Orde en Veiligheid (van 7 personen is de opleiding onbekend). 17 Personen (23,3%) studeren aan de hogeschool, waarvan 14 personen Toegepaste Psychologie (19,2%) studeren en 1 persoon Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek (van 2 personen is de studie onbekend). Er zijn 4 personen die studeren aan de universiteit, daarvan studeren 3 personen (4.1%) Psychologie en 1 persoon (1.4%) Recht. 1 Persoon studeert iets ‘anders’ (in totaal is van 11 personen de studie onbekend).

Zowel de correlaties tussen de schalen van de Morele Waardenvragenlijst en de WPV als de correlatie tussen een schaal van de Morele Waardenvragenlijst en een schaal van de CW zullen worden bekeken.

Tabel 6: Correlaties tussen de Morele Waardenvragenlijst en de WPV (N=73).

De schalen van de Morele Waardenvragenlijst correleren verklaarbaar met de schalen van de WPV. De schaal Bescheidenheid laat een significante negatieve correlatie zien met de schalen Competitie, Dominantie, Zelfvertoon en Zelfvertrouwen. Uit deze resultaten blijkt dat hoe bescheidener je bent, je minder competitief en dominant bent dan wanneer je een lage score laat zien op de schaal Bescheidenheid. Als we kijken naar de definitie van Bescheidenheid; de mate waarin een persoon zichzelf ziet als gemiddeld persoon en zich niet beter voelt en/of voordoet dan anderen, is dit geheel verklaarbaar. Ook de relatie met de schaal Zelfvertoon is te verklaren. Mensen die een hoge score op Bescheidenheid laten zien zullen zichzelf minder snel op de voorgrond zetten dan mensen die lager op Bescheidenheid scoren.
De schaal Normbesef correleert zoals verwacht significant positief met de schalen van de factor Structuur. Hieruit blijkt dat personen die hoog scoren op Normbesef zich meer aan de regels houden, nauwkeuriger, ordelijker en weloverwogener zijn en meer van regelmaat houden. Dit ligt in de lijn met de definitie van de schaal Normbesef. Tevens is er een positieve significante correlatie gevonden tussen Normbesef en de WPV schaal Volharding. Personen die hoog scoren op Normbesef zijn mensen die niet willen profiteren van anderen, houden zich aan regels en komen afspraken na. Dit komt overeen met de definitie van Volharding wat zegt dat wanneer je hier hoog op scoort je je aan regels houdt en makkelijk afspraken maakt en nakomt.
Vermijden van Materialisme correleert negatief significant met de schalen Competitie en Status. Mensen die laag score op Vermijden van Materialisme willen juist aanzien (Status) van anderen en zullen de beste willen zijn (Competitie).
Als laatste de schaal Oprechtheid, deze correleert significant met de factor Sociabiliteit. Hieruit blijkt dat oprechtere mensen hartelijker, zorgzamer en sociaal vaardigere zijn dan personen met een lage score op Oprechtheid. Tevens zien oprechtere mensen de toekomst zonnig en met veel positivisme tegemoed.

Een verrassend resultaat is de positief significante correlatie tussen Oprechtheid en Dominantie. Hieruit valt op te maken dat oprechtere personen dominanter zijn dan minder oprechtere personen. Een mogelijke verklaring is dat een zekere dominatie nodig moet zijn om eerlijk te kunnen zijn tegen andere mensen. Verder onderzoek zou nodig zijn om deze relatie verder te onderzoek.

Tabel 7: Correlaties tussen de Morele Waardenvragenlijst en de CW (N=73).

De schalen Financiële beloning en Vermijden van Materialisme correleren verklaarbaar met elkaar. Een persoon die hoog scoort op Vermijden van Materialisme zal laag scoren op Financiële Beloning, deze mensen hebben maar weinig interesse in luxe goederen en status. Personen die hoog scoren op Financiële Beloning worden gemotiveerd door het krijgen van een financiële beloning.

Conclusies
Uit de beschreven resultaten met betrekking tot de samenhang van de schalen van de WPV en de Morele Waardenvragenlijst kan een samenhang tussen de verschillende schalen gezien worden. Deze resultaten dragen bij aan de externe validiteit van de vragenlijst.