Handleiding Morele Waarden

4. Betrouwbaarheid Morele Waarden

De betrouwbaarheid van de vragenlijst geeft een indicatie van de nauwkeurigheid van het instrument. Het begrip heeft betrekking op de reproduceerbaarheid van de gemeten uitkomsten: in hoeverre komen de resultaten van een meting met het instrument bij een tweede keer (en derde keer, enzovoorts) overeen, of in hoeverre komen de uitkomsten bij een vergelijkbare set items overeen.

De betrouwbaarheid van een test kan op verschillende manieren bepaald worden. Zo kan dezelfde test voor een tweede maal bij dezelfde persoon afgenomen worden waarna de resultaten van deze twee metingen met elkaar vergeleken kunnen worden (test-hertest betrouwbaarheid). Ook kunnen de scores op de ene helft van de test vergeleken worden met de scores op de andere helft van de test (split-half betrouwbaarheid). Het meest gebruikt, en geschikt bij een persoonlijkheidsvragenlijst zoals de Morele Waardenvragenlijst, is de berekening van de alfa (α coëfficiënt). Dit is een maat voor interne consistentie (Nunnally, 1978). Bij een α groter dan .85 mag men spreken van een redelijk homogene groep items (Green, Salkind & Akey, 2000). Al deze methoden zijn gebaseerd op correlatieberekeningen.

4.1 Betrouwbaarheid van de vragenlijst Morele Waarden

Om uitspraken te kunnen doen over de betrouwbaarheid van de vragenlijst Morele Waarden is de interne consistentie van de vier afzonderlijke schalen berekend.

Tabel 5: Betrouwbaarheid van de schalen van de Morele Waarden vragenlijst (N=155).

De betrouwbaarheden van de vier schalen zijn hoog genoeg om gebruikt te worden voor selectiedoeleinden.