Handleiding Intellectuele Capaciteitentests

2: De Capaciteitentest Figurenreeksen

In dit hoofdstuk wordt allereerst de ontwikkeling van de capaciteitentest Figurenreeksen behandeld. Verderop in dit hoofdstuk wordt ingegaan op de interpretatie van de resultaten van de test en de afname instructie.

2.1 Ontwikkeling

Allereerst zijn er een 40-tal items ontwikkeld. Uitgangspunt hierbij is een bestaand format voor capaciteitentests op HBO / WO- niveau geweest. Deze lijst met 40 items is voorgelegd aan een groep van 27 personen. Bij het invullen van deze test hielden de personen de tijd bij die zij per opgave nodig hadden. Op deze manier kon een inschatting gemaakt worden van de benodigde tijd voor deze test.

Het opleidingsniveau van deze groep was als volgt verdeeld:

Tabel 1: opleidingsniveau personen versie 1 Figurenreeksen

OpleidingsniveauAantal
WO59%
HBO19%
VWO11%
MBO11%
Totaal27

De gemiddelde leeftijd van deze groep was 31 jaar. Van deze groep was 59% vrouw en 41% man.

De resultaten van deze 27 personen zijn geanalyseerd aan de hand van SPSS 10.1. Van ieder van de items in deze lijst zijn de itemdifficulty  en item-discriminability berekend. De itemdifficulty wordt uitgedrukt in p-waarde. Deze waarde geeft aan welke proportie van de personen die de test hebben gemaakt het betreffende item correct hebben beantwoord. De itemdiscriminability wordt uitgedrukt als Rbis. Deze waarde geeft aan in hoeverre de score op een bepaald item samenhangt met de uiteindelijke totaal score op de test. De verwachting is dat personen met een hoge intelligentie meer items goed hebben dan mensen met een lage intelligentie. Wanneer dus personen met een lage totaalscore op de test een bepaald item beter maken dan personen met een hoge totaalscore op de test dan kan men stellen dat het desbetreffende item niet goed discrimineert tussen hoge en lage intelligentie en dus geen goed item is.

Bij de berekening van de Rbis is uitgegaan van een normale verdeling van het te meten construct, in dit geval verbaal-analytisch vermogen.  Dit uitgangspunt is bepalend voor de keuze van formule aan de hand waarvan de Rbis berekend wordt.

Aan de hand van deze berekeningen zijn 10 items uit de lijst verwijderd; de items met de hoogste p-waarde en de items met de laagste p-waarde en de laagste Rbis. De overige 30 items zijn gerangschikt op moeilijkheidsgraad en vormden versie 2 van de test Figurenreeksen.

Vervolgens is deze lijst met 30 items voorgelegd aan 91 personen. De gemiddelde leeftijd van deze groep was 27 jaar. Van deze groep was 40% man en 60% vrouw.

Het opleidingsniveau van deze groep was als volgt verdeeld:

Tabel 2: opleidingsniveau N=91

OpleidingsniveauAantal
WO6%
HBO11%
VWO8%
HAVO22%
MBO29%
MAVO13%
LBO11%
Totaal91

Grafiek 1 geeft een overzicht van de verdeling van de totaalscores die behaald zijn op de test Figurenreeksen. Uit deze grafiek is ons inziens te concluderen dat de scores voldoende normaal verdeeld zijn om het gebruik van de Rbis-formule die uitgaat van een normale verdeling te rechtvaardigen.

Ook is uit de grafiek op te maken dat de gemiddelde goedscore van deze groep van 91 personen 15.8 opgaven is met een standaarddeviatie van 5.04.

In een volgende analyse-ronde zijn de scores van deze 91 personen geanalyseerd met behulp van SPSS 10.1.  Ook van deze test zijn de p-waarden en de Rbis per item berekend. Uit deze 30 items zijn de items met een p-waarde hoger dan 0.91 (te makkelijk) en lager dan 0.15 (te moeilijk) verwijderd. Hierbij vielen 6 items af. Vervolgens zijn de vier items met de combinatie lage Rbis / lage p-waarde verwijderd. De verdeling van de waarden binnen deze test is minder gelijkmatig dan binnen de test Cijferreeksen en Verbale Analogieën zoals te zien is in de volgende twee hoofdstukken. De keuzes voor de te selecteren items zijn dus ook minder eenduidig als in deze overige twee testen.

Uiteindelijk bleven er na deze analyse nog 20 items over. Deze items vormen versie 3 van de test Figurenreeksen. Deze versie is momenteel op de Toolkit terug te vinden. De tijd die voor deze versie staat is terug gebracht van 30 naar 20 minuten.

Tabel 3: opname items versie 2 in versie 3

VraagnrRbispOpgenomen in versie 3
2000Te moeilijkNee
300,140,03Nee
29-0,10,04Nee
21-0,180,1Nee
280,180,14Nee
270,510,16P 0.15-P 0.30Ja
250,280,28Nee
260,450,31P 0.31-P 0.50Ja
240,480,36Ja
220,410,47Ja
230,580,47Ja
130,280,48Nee
180,270,49Nee
120,50,49Ja
150,530,49Ja
170,440,49Ja
140,230,49Nee
160,340,49Ja
190,530,49Ja
70,490,53P 0.51-P 0.70Ja
60,470,61Ja
50.530.67Ja
100,510,71P 0.71-P0.91Ja
80,310,76Ja
110,370,78Ja
20,520,8Ja
90,310,81Ja
40,350,84Ja
10,290,91Ja
30,150,93Te makkelijkNee

 

De normgroep waarop de rapportage in de Toolkit gebaseerd is, is voorlopig gedestilleerd uit de groep van 91 personen die de 30-item versie hebben ingevuld. Specifieke gegevens met betrekking tot de Toolkit-versie van 20 items was op het moment van dit schrijven nog niet voorhanden. Wanneer dit voorhanden is worden deze gegevens aangevuld.

Tevens zijn er op het moment van dit schrijven nog niet voldoende gegevens voorhanden om specifieke normgroepen voor verschillende opleidingsniveaus te genereren. Er is nu nog sprake van een algemene normgroep. Wanneer er voldoende gegevens beschikbaar zijn zullen de volgende normgroepen gegenereerd worden:

  • WO
  • HBO/ VWO
  • HAVO/ MBO
  • MAVO/ LBO

2.2 Interpretatie van de scores

Met de test Figurenreeksen wordt het abstract-analytisch vermogen van de kandidaat bepaald. Aan de hand van de resultaten van deze test wordt een beeld verkregen van de mate waarin de kandidaat in staat is structuur en verbanden te ontdekken in abstract materiaal. Om deze structuur en verbanden te kunnen ontdekken dient men in staat te zijn overstijgend naar zaken te kijken. Personen die hoog op deze test scoren hebben een groot analytisch vermogen en zijn in staat orde en logica te ontdekken in schijnbaar onlogisch geordend materiaal. Analytisch vermogen is van groot belang bij zeer veel functies dus deze test is zeer breed inzetbaar.

2.3 Afname instructie

De test Figurenreeksen bestaat uit 20 opgaven. De opgaven lopen op in moeilijkheidsgraad. Deze test is een test onder tijdsdruk. Dit houdt in dat de kandidaat een bepaalde vastgestelde tijd heeft om de test te maken. Voor deze test is dit 15 minuten. De kandidaat mag eventueel gebruik maken van kladpapier. Dit zal naar verwachting echter tot vertraging leiden bij het maken van de test en wordt om deze reden dan ook niet aangeraden.

Overige instructies met betrekking tot de afname die gegeven kunnen worden zijn meer algemene instructies die in principe bij iedere testafname in acht genomen dienen te worden. Zo dient er sprake te zijn van een rustige ruimte waar de kandidaat zo min mogelijk wordt gestoord en afgeleid. Vanwege toepassing van de Toolkit is controle op de omgeving minder mogelijk. De test kan immers eventueel ook thuis gemaakt worden. Wel kan er een tijdsperiode worden aangegeven waarbinnen de test gemaakt dient te worden door de kandidaat. Deze tijdsperiode kan bijvoorbeeld afgestemd worden op de perioden dat de kandidaat aanwezig is op het werk. Hierdoor kan er toch enige mate van controle uitgeoefend worden. Tevens is het van belang dat de instructie voor de kandidaat helder is en dat precies duidelijk is hoe de test ingevuld dient te worden. Aangezien de test, door toepassing van de Toolkit niet perse in een omgeving gemaakt hoeft te worden waar professionele ondersteuning aanwezig is, is deze mogelijke afwezigheid van uitleg, getracht te ondervangen door bij iedere test een voorbeeld opgave met duidelijke uitleg aan te bieden. Tevens maakt de kandidaat voorafgaand aan de werkelijke test drie oefenopgaven waarbij telkens een uitgebreide toelichting wordt gegeven. Deze oefenopgaven kunnen bij onduidelijkheid zo vaak als voor de kandidaat wenselijk is herhaald worden.  

Bij alle testen binnen de ISFIC-reeks welke middels de Toolkit ingevuld worden, is het van belang voorafgaand aan de test bij de kandidaat te controleren of deze over een basisniveau aan computervaardigheden beschikt.