Handleiding Divergent Denken Test

Inleiding

1.1. Gebruiksdoel

Het gebruiksdoel van de DDT is het meten van divergent denken in adviessituaties. De test is ontwikkeld voor kandidaten met HBO-­‐niveau en hoger.

1.2. Theoretische achtergrond

Divergent denken
Guilford (1967) onderscheidde twee manieren van denken: convergent en divergent. Bij convergent denken is slechts één goed antwoord mogelijk, terwijl bij divergent denken verschillende correcte antwoorden bestaan. Intelligentietests meten over het algemeen convergent denken. In de praktijk komt het echter bijna nooit voor dat voor een probleem slechts één oplossing bestaat. Het is daarom nuttig om te meten in hoeverre men in staat is tot divergent denken.

Innovatie
Het doel van divergent denken is vaak innovatie: het komen met nieuwe en bruikbare oplossingen. Divergent denken is hier de eerste stap in: Guilford (1967) zag het als de
productiefase, waarbij een aantal ideeën wordt gegenereerd in de context van een probleem.

Threshold hypothesis
Guilford was in 1967 al vanmening dat creativiteit alleen meetbaar is bij mensen met een (minstens) bovengemiddeld intelligentieniveau. Dit wordt ook dethreshold hypothesis genoemd. Sindsdien is deze hypothese door verschillende onderzoekers getoetst, waarbij deze soms wordt ontkracht en soms bevestigd. Het is inmiddels een gangbare aanname dat pas bij een IQ-­‐score van 120 of hoger, creativiteit meetbaar is, al is niet precies bekend waar deze exacte score vandaan komt (Karwowski & Gralewski, 2013).

Bij het ontwikkelen van de Divergent Denken Test zijn we om deze reden uitgegaan van gebruikers met minimaal HBO-­‐niveau. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen of de DDT ook bruikbaar is voor mensen met een lager opleidingsniveau.

Voorspellende waarde divergent denken
De mate van divergent denken heeft een voorspellende waarde op latere creatieve prestaties. Plucker toonde in 1999 aan dat de in 1972 behaalde resultaten van kinderen op de Torrance Tests of Creative Thinking (TTCT, een veelgebruikte maat voor divergent en creatief denken), een drie keer sterkere voorspeller was voor creatieve prestaties in het latere leven dan IQ in de kindertijd. Creatieve prestaties waren niet alleen artistiek, maar konden ook bestaan uit gepubliceerde artikelen, patenten, campagnes, etc.

Helson, Roberts en Agronick (1995) toonden aan dat beroepscreativiteit van vrouwen op 52-­‐jarige leeftijd een correlatie van .31 tot .48 heeft met verschillende maten van creativiteit op 24-­‐jarige leeftijd. Dit laat zien dat creativiteit vrij stabiel is, ook over lange perioden.

1.3. Meten van divergent denken

Er zijn verschillende psychometrische instrumenten om divergent denken te meten, zoals persoonlijkheidsvragenlijsten, interessetests, leraar-­‐, collega-­‐ en leidinggevendebeoordelingen, beoordeling van productie, zelfbeoordeling van creativiteit, etc. Ook zijn er een aantal tests ontwikkeld die divergent denken direct beogen te meten. Voorbeelden hiervan zijn dealternate uses tasks (noem zoveel mogelijk manieren om een paperclip te gebruiken) en incomplete figure task (een figuur van een paar lijnen wordt aangegeven, waarbij de gebruiker deze moet afmaken). Het probleem met deze tests is echter dat ze moeilijk zijn om automatisch te scoren. Bovendien zijn er geen restricties verbonden aan de taak. Zoals Guilford (1967) noemde, bestaat creativiteit in de context van een probleem. Bij bijvoorbeeld de incomplete figure task is hier geen sprake van: er is dus ook geen doel. Taken waarbij wel een duidelijke probleemstelling is, zoals raadsels, het lichtknop-­‐ of kaarsprobleem, of verborgen associaties, zijn gebaseerd op convergent denken: er zijn maar een beperkt aantal oplossingen mogelijk, en meten vaak achtergrondkennis. Bovendien zijn de antwoorden op deze vragen makkelijk vindbaar op internet.

Uitdagingen DDT
Bij het ontwikkelen van de DDT is rekening gehouden met de volgende criteria:

  • moet divergent meten denken
  • moet cultuurvrij zijn, moet geen bestaande kennis meten
  • moet online af te nemen zijn
  • moet automatisch gescoord worden
  • moet even betrouwbaar meten op ieder niveau